Citaat | Hoge Raad 22 juni 2004

Alinea 28 Hoge Raad 22 juni 2004

Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5848.

3.6. In het middel wordt er voorts over geklaagd dat door het Hof is overwogen dat de verbalisanten "de voor de hand liggende goederen" in beslag hebben genomen. Volgens het middel is het hierin besloten liggende oordeel dat geen doorzoeking heeft plaatsgevonden onjuist, althans onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d59d0aaac5b032341aebaab8585caaf2b5dea7ad85a161f5942213497194e91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d59d0aaac5b032341aebaab8585caaf2b5dea7ad85a161f5942213497194e91, en de alinea staat in dat document op bytes 10428 tot 10736.