Citaat | Hoge Raad 9 juli 2004

Alinea 52 Hoge Raad 9 juli 2004

Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7721.

3.13 Onderdeel 2.4 dat uitgaat van de lezing van het vonnis van de rechtbank die hiervoor in 3.11 is vermeld, voert aan dat de rechtbank heeft miskend dat art. 6:106 BW een limitatief stelsel van gevallen bevat waarin immateriële schadevergoeding kan worden toegekend. Het onderdeel faalt. De rechtbank heeft haar oordeel immers gebaseerd op het bepaalde in art. 6:106 lid 1, aanhef en onder b, BW en vastgesteld dat [verweerder 1] en zijn echtgenote zijn aangetast in hun persoon. Daarvoor is in een geval als het onderhavige niet nodig dat ook psychische schade is vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31e5423be3cd28c762df10b4a72c2cd1471c106f1105ec75f2001dbdf927a1c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31e5423be3cd28c762df10b4a72c2cd1471c106f1105ec75f2001dbdf927a1c9, en de alinea staat in dat document op bytes 28219 tot 28812.