Citaat | Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 68 Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9070.

3.5.3 Bij memorie van antwoord onder 47 hebben Stad Rotterdam c.s. een beroep op eigen schuld van [verweerder 1] gedaan en voor zover vereist bewijs te dien aanzien van hun stellingen aangeboden. Anders dan onderdeel 3.3 aanvoert, is niet onbegrijpelijk dat het hof in het licht van hetgeen overigens in deze memorie is aangevoerd, dit bewijsaanbod niet aldus heeft opgevat dat Stad Rotterdam c.s. daarmee te bewijzen hadden aangeboden dat de oorzaak van het ongeval uitsluitend op het conto van [verweerder 1] moet worden geschreven. Het onderdeel faalt dus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bec27217edbeb0165e3efd3e45218be7f46e31850b2c20d763ecbd911c5f988. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bec27217edbeb0165e3efd3e45218be7f46e31850b2c20d763ecbd911c5f988, en de alinea staat in dat document op bytes 25137 tot 25709.