Citaat | Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 69 Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9070.

3.6 Bij de beoordeling van de motiveringsklachten van de onderdelen 4.1, 4.2 en 5.1 moet worden vooropgesteld dat zowel de causaliteitsafweging als de eventuele toepassing van de billijkheidscorrectie aan de hand van de omstandigheden van het geval met feitelijke waarderingen is verweven en in belangrijke mate berust op intuïtieve inzichten, zodat voor de desbetreffende oordelen slechts beperkte motiveringseisen kunnen worden gesteld (HR 4 mei 2001, nr. C00/073, NJ 2002, 214, rov. 3.7.4). In het licht hiervan moet worden geoordeeld dat zowel het oordeel van het hof dat de causale afweging uitkomt op een verdeling van de schade in de verhouding 50:50 (rov. 4.29) als het oordeel dat toepassing van de billijkheidscorrectie uitmondt in de verhouding 25%:75% aan de zijde van [verweerder 1], respectievelijk [eiser 2] en Stad Rotterdam (rov. 4.30), niet onbegrijpelijk is, noch onvoldoende gemotiveerd. De onderdelen falen derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bec27217edbeb0165e3efd3e45218be7f46e31850b2c20d763ecbd911c5f988. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bec27217edbeb0165e3efd3e45218be7f46e31850b2c20d763ecbd911c5f988, en de alinea staat in dat document op bytes 25729 tot 26680.