Citaat | Hoge Raad 5 oktober 2004
Alinea 26 Hoge Raad 5 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 5 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0187.
3.5.1. Het middel stelt met juistheid dat in weerwil van het klaarblijkelijke oordeel van het Hof, in een geval waarin verwijzing van de zaak op de voet van art. 423, tweede lid, Sv is aangewezen - de hiervoor onder 3.4 genoemde gevallen, waarin de rechter in eerste aanleg de hoofdzaak wel heeft behandeld, daaronder begrepen - die verwijzing niet achterwege mag blijven op de grond dat tot zodanige verwijzing door of namens de verdachte geen verzoek is gedaan. Van een dergelijke verwijzing kan alleen worden afgezien als door de advocaat-generaal en de verdachte beslissing van de hoofdzaak door het hof is verlangd. Nochtans slaagt het middel niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f57708f7eab65911da9fbd711e5908a0d5fae9852047264f8823603739205076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f57708f7eab65911da9fbd711e5908a0d5fae9852047264f8823603739205076, en de alinea staat in dat document op bytes 10455 tot 11122.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f57708f7eab65911da9fbd711e5908a0d5fae9852047264f8823603739205076 | shasum -a 256