Citaat | Hoge Raad 5 oktober 2004

Alinea 28 Hoge Raad 5 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 5 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0187.

Een zodanig geval is niet onder de hiervoor onder 3.4 bedoelde gevallen begrepen en kan daarmee evenmin worden gelijkgesteld. Dat is niet anders indien zou moeten worden aangenomen dat de raadsman in eerste aanleg zelfs de gelegenheid zou zijn onthouden een toelichting te geven op de afwezigheid van de verdachte dan wel een verzoek te doen om aanhouding van de behandeling van de zaak met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte. Het uiteindelijke oordeel van het Hof dat de zaak niet diende te worden verwezen naar de Rechtbank is dan ook juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f57708f7eab65911da9fbd711e5908a0d5fae9852047264f8823603739205076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f57708f7eab65911da9fbd711e5908a0d5fae9852047264f8823603739205076, en de alinea staat in dat document op bytes 11534 tot 12126.