Citaat | Hoge Raad 7 september 2004
Alinea 28 Hoge Raad 7 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0191.
3.3. Het Hof heeft bij de beoordeling van dit verzoek terecht de maatstaf aangelegd of de noodzaak van het verzochte was gebleken (art. 315 Sv). Voorts is het oordeel van het Hof dat de noodzaak van het ter terechtzitting horen van de getuige niet is gebleken, niet onbegrijpelijk. Dat oordeel draagt de afwijzing van het verzoek zelfstandig, zodat het middel tevergeefs is voorgesteld en de overige tegen de overwegingen van het Hof gerichte klachten geen bespreking behoeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1e3fb7cd36aa42e2087fdd28c9c245a50bc9b10fb98a39fb0d5f081c87210c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1e3fb7cd36aa42e2087fdd28c9c245a50bc9b10fb98a39fb0d5f081c87210c4, en de alinea staat in dat document op bytes 9818 tot 10309.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1e3fb7cd36aa42e2087fdd28c9c245a50bc9b10fb98a39fb0d5f081c87210c4 | shasum -a 256