Citaat | Hoge Raad 7 september 2004
Alinea 55 Hoge Raad 7 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0191.
De voorzitter deelt mede dat het hof de door de raadsvrouw aangevoerde gronden waarom zij geen eindpleidooi kan voeren, niet doorslaggevend vindt om de behandeling van de zaak aan te houden. Het hof biedt de raadsvrouw nogmaals aan om morgen, 15 mei 2003, pleidooi te kunnen voeren. Naar het oordeel van het hof heeft de raadsvrouw in de onderhavige zaak op grond van artikel 13 van de Advocatenwet niet het recht om in dit stadium de verdediging neer te leggen. Indien de raadsvrouw deze stap wel zet, zal het hof ernstig moeten overwegen om dit aan de Deken van de Orde van Advocaten voor te leggen. Het hof is van oordeel dat de raadsvrouw gedurende de afgelopen zes weken het juiste gewicht aan deze zaak had moeten toekennen en deze zaak naar behoren had moeten behandelen. Het hof houdt de verdediging verantwoordelijk voor de thans ontstane situatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1e3fb7cd36aa42e2087fdd28c9c245a50bc9b10fb98a39fb0d5f081c87210c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1e3fb7cd36aa42e2087fdd28c9c245a50bc9b10fb98a39fb0d5f081c87210c4, en de alinea staat in dat document op bytes 16387 tot 17257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1e3fb7cd36aa42e2087fdd28c9c245a50bc9b10fb98a39fb0d5f081c87210c4 | shasum -a 256