Citaat | Hoge Raad 7 september 2004
Alinea 57 Hoge Raad 7 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0191.
De voorzitter vraagt namens het hof aan de verdachte zijn standpunt kenbaar te maken. Hij deelt de verdachte mede dat het hof, indien verdachte zou aangeven niet te willen dat zijn raadsvrouw van de geboden gelegenheid om morgenmiddag pleidooi te houden gebruik maakt, de zaak heden zal afdoen aangezien het er dan voor gehouden moet worden dat afstand is gedaan van het recht om pleidooi te houden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1e3fb7cd36aa42e2087fdd28c9c245a50bc9b10fb98a39fb0d5f081c87210c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1e3fb7cd36aa42e2087fdd28c9c245a50bc9b10fb98a39fb0d5f081c87210c4, en de alinea staat in dat document op bytes 17439 tot 17851.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1e3fb7cd36aa42e2087fdd28c9c245a50bc9b10fb98a39fb0d5f081c87210c4 | shasum -a 256