Citaat | Hoge Raad 28 mei 2004

Alinea 15 Hoge Raad 28 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0229.

3.2. In zijn beroepschrift voor het Hof heeft belanghebbende gesteld: 'dat tussen werkgeefster en X een overeenkomst is gesloten waarbij werkgeefster alle kosten voor haar rekening neemt onder verrekening van een bijdrage voor het privé gebruik van de auto door X'. Voorts heeft belanghebbende uitdrukkelijk een aanbod gedaan tot het leveren van getuigenbewijs. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van het Hof zouden de getuigen volgens belanghebbende 'de feiten die in de stukken van de zijde van belanghebbende worden gesteld, bevestigen'. Dit een en ander laat geen andere gevolgtrekking toe dan dat het aanbod van getuigenbewijs zich ook uitstrekte tot evenvermelde stelling van belanghebbende. Uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding blijkt niet dat belanghebbende nader die stelling heeft verlaten dan wel zijn aanbod van getuigenbewijs niet meer op die stelling heeft betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0a5fa90da32770f90a5b1c9076dfdb8b9ca93d819ca06509c002f68883171c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0a5fa90da32770f90a5b1c9076dfdb8b9ca93d819ca06509c002f68883171c2, en de alinea staat in dat document op bytes 5651 tot 6568.