Citaat | Hoge Raad 28 mei 2004
Alinea 37 Hoge Raad 28 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0263.
3.3 In hoger beroep heeft het hof de grieven van [eiseres] - de gegrond bevonden, maar in cassatie niet meer ter zake doende grief 4 uitgezonderd - aldus samengevat dat deze "het oordeel van de kantonrechter [aanvechten] dat de vordering van [verweerder] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopen daarop in dit kort geding gerechtvaardigd is". Bij de beoordeling van die kans, aldus het hof, staat centraal de vraag of het gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig was (rov. 4.4). Vervolgens heeft het hof, vooropstellende dat bij de beantwoording van die vraag uitgangspunt dient te zijn dat de bewijslast ter zake van de rechtsgeldigheid bij [eiseres] ligt, de drie belangrijkste in de brief van 30 augustus 2002 genoemde ontslaggronden - a) door dreigementen trachten gunstiger arbeidsvoorwaarden te verkrijgen, b) problemen veroorzaken met de Chinese opdrachtgevers door belangrijke stukken niet aan hen door te geven, en c) ziekte voorwenden in de periode na 16 augustus 2002 - aan een onderzoek onderworpen. Na ten aanzien van elk van die gronden te hebben geoordeeld dat nader, het kader van een kort geding te buiten gaand, feitenonderzoek noodzakelijk was, heeft het hof in zijn rov. 4.10 het volgende overwogen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b9708cfcb640b8d89fbaaa99ab5a3c44bc0aeae9b7a78c4ff7c245602fa67d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b9708cfcb640b8d89fbaaa99ab5a3c44bc0aeae9b7a78c4ff7c245602fa67d8, en de alinea staat in dat document op bytes 10004 tot 11274.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b9708cfcb640b8d89fbaaa99ab5a3c44bc0aeae9b7a78c4ff7c245602fa67d8 | shasum -a 256