Citaat | Hoge Raad 28 mei 2004
Alinea 42 Hoge Raad 28 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0263.
3.4 Het middel betoogt primair dat het hof, door te overwegen zoals het in zijn rov. 4.4 tot en met 4.11 heeft gedaan, heeft miskend dat de te dezen door de rechter in kort geding te beantwoorden vraag is of voldoende zeker is dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Indien, zoals hier, sprake is van punten waarop in de bodemprocedure bewijs nodig is, kan niet op grond van het (enkele) feit dat in kort geding geen ruimte bestaat voor die bewijslevering, worden geoordeeld dat een vordering tot doorbetaling van loon als hier aan de orde moet worden toegewezen. Immers, bij een gemotiveerde onderbouwing van het standpunt van de werkgever kan niet, althans niet zonder meer, worden aangenomen dat het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is. Uit de overwegingen van het hof blijkt verder niet dat het de belangen van partijen heeft afgewogen en daarbij het restitutierisico heeft betrokken, aldus het middel, dat voorts, subsidiair, nog een motiveringsklacht behelst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b9708cfcb640b8d89fbaaa99ab5a3c44bc0aeae9b7a78c4ff7c245602fa67d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b9708cfcb640b8d89fbaaa99ab5a3c44bc0aeae9b7a78c4ff7c245602fa67d8, en de alinea staat in dat document op bytes 12209 tot 13223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b9708cfcb640b8d89fbaaa99ab5a3c44bc0aeae9b7a78c4ff7c245602fa67d8 | shasum -a 256