Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2004
Alinea 89 Hoge Raad 8 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0424.
3.8.5 De onderdelen 4.2 d, e en f vragen, in onderlinge samenhang bezien, in wezen om een algehele heroverweging van het deels met waarderingen van feitelijke aard verweven oordeel van de rechtbank ten aanzien van de legitimiteit. Daarvoor bestaat evenwel geen grond. Het bestreden oordeel, waarvoor de rechtbank, naast hetgeen zij in de rov. 4.9 en 4.10 ten aanzien van de doorstroming en de daarmee gediende regelmaat en voorspelbaarheid heeft overwogen, kort samengevat redengevend heeft geacht
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5106feebddff59cbd12330a4ac10a835e9d1ac7a5c8805f1efbf8839021b409e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5106feebddff59cbd12330a4ac10a835e9d1ac7a5c8805f1efbf8839021b409e, en de alinea staat in dat document op bytes 25620 tot 26130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5106feebddff59cbd12330a4ac10a835e9d1ac7a5c8805f1efbf8839021b409e | shasum -a 256