Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2004

Alinea 58 Hoge Raad 8 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0425.

3.9.4 Onderdeel 5.4 klaagt in de eerste plaats dat de rechtbank in rov. 13 ten onrechte als onbetwist heeft aangenomen dat, zoals KLM had gesteld, pensionering vrijwel de enige doorstroming oplevert en dat iedere vrijgekomen plaats promotiekansen biedt aan vier collega-vliegers in de verschillende fasen tot onder in het stelsel, alsmede aan één aspirant-vlieger. In de tweede plaats keert het zich tegen het oordeel van de rechtbank dat, als onvoldoende door [eiser] betwist, vaststaat dat met het doorvliegen van [eiser] een bedrag van € 2,1 miljoen zou zijn gemoeid en dat doorvliegen een onvoorzien financieel voordeel voor een oudere vlieger betekent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c198da135d9e5b264dc4de6ce4b436fe7325c4c4c5558667af18499d283cd667. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c198da135d9e5b264dc4de6ce4b436fe7325c4c4c5558667af18499d283cd667, en de alinea staat in dat document op bytes 22128 tot 22802.