Citaat | Hoge Raad 17 september 2004
Alinea 47 Hoge Raad 17 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 17 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0434.
3.2 Voor de rechtbank hebben partijen in het kader van de verdeling van de gemeenschap onder meer gedebatteerd over de vraag welk bedrag aan latent verschuldigde belasting in mindering zou moeten worden gebracht op het hiervoor in 3.1 als waarde van de aandelen in de holding genoemde bedrag van ƒ 1.840.592,--. Volgens de man zou het moeten gaan om 25% van dat eerst nog met de verkrijgingsprijs van ƒ 40.280,-- te verminderen bedrag; volgens de vrouw om 6,25%. De rechtbank heeft het standpunt van de vrouw gevolgd en heeft bij haar beschikking van 19 december 2001 beslist dat de aandelen aan de man werden toegescheiden tegen een waarde van ƒ 1.728.073,--. Daarnaast heeft de rechtbank onder meer bepaald dat de man vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking ƒ 2.015,-- per maand aan de vrouw diende te betalen als uitkering tot haar levensonderhoud.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/997a57973386db54632eda55a8e5f7547adcc4e847e17cc8e7989fd541a4dbb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 997a57973386db54632eda55a8e5f7547adcc4e847e17cc8e7989fd541a4dbb8, en de alinea staat in dat document op bytes 11541 tot 12434.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/997a57973386db54632eda55a8e5f7547adcc4e847e17cc8e7989fd541a4dbb8 | shasum -a 256