Citaat | Hoge Raad 17 september 2004
Alinea 48 Hoge Raad 17 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 17 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0434.
3.3 In het principaal beroep heeft de man bestreden dat, voor zover thans nog van belang, de vrouw behoeftig was en heeft hij herhaald dat het bij de waardering van de aandelen in aanmerking te nemen bedrag aan latent verschuldigde belasting gesteld moest worden op 25% van ƒ 1.800.412,--. De vrouw keerde zich van haar kant in het incidentele beroep tegen, voor zover in cassatie nog van belang, het buiten beschouwing laten van de door haar in eerste aanleg genoemde, in de holding aanwezige stille reserves (de posten "Mercedes" en "effecten"), doch alleen voor het geval de latente belastingclaim door het hof op meer dan 6,25% gewaardeerd zou worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/997a57973386db54632eda55a8e5f7547adcc4e847e17cc8e7989fd541a4dbb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 997a57973386db54632eda55a8e5f7547adcc4e847e17cc8e7989fd541a4dbb8, en de alinea staat in dat document op bytes 12473 tot 13142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/997a57973386db54632eda55a8e5f7547adcc4e847e17cc8e7989fd541a4dbb8 | shasum -a 256