Citaat | Hoge Raad 17 september 2004
Alinea 62 Hoge Raad 17 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 17 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0434.
4.5.1 Naar onderdeel 4 terecht betoogt, laat grief 3 in het incidentele beroep, die aan de orde kwam omdat het hof het percentage van de belastinglatentie op meer dan 6,25 bepaalde, geen andere uitleg toe dan dat de vrouw ten aanzien van de waardering van de aandelen in de holding op een bedrag van ƒ 1.840.592,-- in zoverre een voorbehoud maakt dat dit bedrag dient te worden verhoogd indien en voor zover haar stelling dat met betrekking tot de posten "Mercedes" en "effecten" sprake is van stille reserves juist blijkt. Bij dat uitgangspunt slaagt ook onderdeel 4, voor zover inhoudende dat onbegrijpelijk is dat het hof heeft geoordeeld (rov. 4.2.1, tweede alinea) dat grief 3 wat betreft de stille reserves in de post "effecten" niet kan slagen omdat de vrouw niet heeft bestreden dat de waarde van de aandelen ƒ 1.840.592,-- bedraagt. Ten aanzien van de post "Mercedes" echter ziet het onderdeel eraan voorbij dat het hof (rov. 4.2.1, derde alinea) heeft geoordeeld dat gezien het jaar van aankoop van deze auto zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet valt in te zien dat sprake is van een relevante stille reserve, welk oordeel in cassatie niet wordt bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/997a57973386db54632eda55a8e5f7547adcc4e847e17cc8e7989fd541a4dbb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 997a57973386db54632eda55a8e5f7547adcc4e847e17cc8e7989fd541a4dbb8, en de alinea staat in dat document op bytes 19608 tot 20799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/997a57973386db54632eda55a8e5f7547adcc4e847e17cc8e7989fd541a4dbb8 | shasum -a 256