Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2004

Alinea 50 Hoge Raad 8 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0954.

3.3.1 Het middel komt in de onderdelen 1-3 met rechts- en motiveringsklachten op tegen het oordeel van het hof dat op [verweerster] geen waarschuwingsplicht rustte. Het hof heeft zijn oordeel gebaseerd op de volgende, samengevat weergegeven, overwegingen. Het aantreffen van asbest-houdend puin onder het bijgebouw was reden voor [verweerster] om bij het aantreffen van puin onder het parkeerterrein rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de puin/zandlaag. Het hof voegde hieraan toe dat dit ook gold voor NSC, die van het aantreffen van asbest onder het bijgebouw eveneens op de hoogte was (rov. 4.7). Het hof heeft vastgesteld dat de puin/zandlaag in aanwezigheid van [betrokkene 1], site-manager van NSC, [betrokkene 2], directeur van [verweerster], en de koper van het terrein is opengelegd om te bezien hoe diep deze stak, dat daarbij door geen van de aanwezigen asbest is waargenomen en dat de laag ook niet visueel is onderzocht op de aanwezigheid van asbest (rov. 4.10-4.11). Het hof heeft vervolgens overwogen dat NSC de toen door [verweerster] voorgestelde werkwijze (het zeven van de puin/zandlaag en het verspreiden van de zeefdoorval over het terrein) heeft aanvaard en [verweerster] opdracht heeft gegeven tot deze werkzaamheden, terwijl het (ook) voor NSC inzichtelijk moet zijn geweest dat, mocht zich asbesthoudend materiaal in de puin/zandlaag bevinden, de kleinere fractie daarvan als zeefdoorval bij het egaliseren verspreid zou kunnen raken over het terrein. Een waarschuwing van de kant van [verweerster] was naar het oordeel van het hof voor dat inzicht niet nodig en ook niet vereist (rov. 4.12). De schade is dan ook een gevolg van de door NSC aanvaarde werkwijze, aldus het hof, waarvan zij eenvoudig het risico had kunnen inzien (rov. 4.13). Naar het oordeel van het hof lag het na de vondst van asbest onder het bijgebouw op de weg van NSC, die zich reeds vóór de aanvang van de werkzaamheden van [verweerster] had voorzien van de deskundige bijstand van het milieuadviesbureau [A], om een verkennend onderzoek te entameren naar de aanwezigheid van asbest in de puin/zandlaag. NSC heeft echter nagelaten een dergelijk onderzoek te doen verrichten (rov. 4.15).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff19a42a78d21216f8a7ff43798e64f6b9cff421e4c49579f66b18d1fa47ab39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff19a42a78d21216f8a7ff43798e64f6b9cff421e4c49579f66b18d1fa47ab39, en de alinea staat in dat document op bytes 13249 tot 15492.