Citaat | Hoge Raad 25 juni 2004

Alinea 26 Hoge Raad 25 juni 2004

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0955.

2.2 Nu Verelle is gevestigd in België, dient betekening van de cassatiedagvaarding te geschieden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, PbEG L 160/37 (hierna de EG-betekeningsverordening) en met inachtneming van art. 56 lid 2 tot en met 4 Rv. Ingevolge deze bepalingen dient een deurwaarder die is aangewezen als verzendende instantie als bedoeld in art. 2 lid 2 van de EG-betekeningsverordening een afschrift van het te betekenen stuk te verzenden aan een ontvangende instantie als bedoeld in art. 2 lid 2 van de EG-betekeningsverordening, ter betekening aan degene voor wie het stuk bestemd is. Geschiedt betekening op de voet van art. 63 lid 1 Rv. aan het kantoor van de procureur in de vorige instantie, zoals voorzien in art. 56 lid 3 Rv., dan dient die betekening vergezeld te gaan van of binnen een termijn van veertien dagen gevolgd te worden door verzending aan een ontvangende instantie (HR 17 januari 2003, nr. C02/273, NJ 2003, 113).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77df76a8e4e773d8180afca380e9b103edfca609486aa243493c99825606172c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77df76a8e4e773d8180afca380e9b103edfca609486aa243493c99825606172c, en de alinea staat in dat document op bytes 7383 tot 8517.