Citaat | Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 38 Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0965.

3.2.3 De rechtbank heeft in rov. 5.3 ten aanzien van de vraag naar het toepasselijke recht (ambtshalve) geoordeeld dat de volgens [eiser] door Deutag geschonden norm de bepaling betreft, die veiligheid van de werknemer beoogt te beschermen, ook als hij door zijn werkgever is uitgeleend; in deze omstandigheden ligt aanknoping bij het recht dat van toepassing is op de arbeidsovereenkomst voor de hand, alleen al om te waarborgen, dat één samenhangend geheel van regels de rechtsverhouding tussen alle mogelijk betrokkenen beheerst. Dit betekent, aldus de rechtbank, dat Duits recht van toepassing is. In cassatie wordt niet geklaagd over het feit dat de rechtbank (ambtshalve) is ingegaan op de vraag welk recht van toepassing is op de vordering van [eiser], ofschoon geen grief was gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat Nederlands recht van toepassing was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2ae1f7630b02aa9a43af52b41faf518663074f078e5bf31aab26a45d1f93a2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2ae1f7630b02aa9a43af52b41faf518663074f078e5bf31aab26a45d1f93a2a, en de alinea staat in dat document op bytes 9753 tot 10639.