Citaat | Hoge Raad 12 november 2004
Alinea 42 Hoge Raad 12 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0965.
3.6 Onderdeel f slaagt eveneens. De gevolgenuitzondering heeft een imperatief karakter. Nu vaststaat dat [eiser] zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, Deutag in Nederland is gevestigd en in het onderhavige geval geen plaats is voor accessoire aanknoping, kan, waar uit de stukken van het geding geen andere conclusie kan worden getrokken dan dat partijen niet rechtsgeldig een ander rechtsstelsel als toepasselijk hebben aangewezen, niet anders geconcludeerd worden dan dat de vordering die door [eiser] jegens Deutag wordt gepretendeerd en door de rechtbank als een vordering uit onrechtmatige daad is gekwalificeerd, wordt beheerst door Nederlands recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2ae1f7630b02aa9a43af52b41faf518663074f078e5bf31aab26a45d1f93a2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2ae1f7630b02aa9a43af52b41faf518663074f078e5bf31aab26a45d1f93a2a, en de alinea staat in dat document op bytes 12693 tot 13371.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2ae1f7630b02aa9a43af52b41faf518663074f078e5bf31aab26a45d1f93a2a | shasum -a 256