Citaat | Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 40 Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1074.
De rechtbank heeft dit vonnis vernietigd in verband met de zojuist bedoelde vergissing omtrent de hoogte van het gevorderde bedrag en alsnog de verminderde vordering toegewezen; voor het overige bekrachtigde zij het vonnis van de kantonrechter. Samengevat weergegeven overwoog de rechtbank daartoe het volgende. Het in art. 6:107a lid 2 BW geregelde zelfstandige verhaalsrecht moet worden gezien als een vordering tot schadevergoeding tegen de aansprakelijke persoon (rov. 4.9). Het verweer van de Zwolsche dat zij nimmer in gebreke is gesteld, moet worden verworpen omdat het hier niet gaat om vergoeding van kosten zoals bedoeld in art. 6:96 lid 2, aanhef en onder c, BW, maar om een vordering tot vergoeding van kosten, gemaakt ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in art. 6:96 lid 2, aanhef en onder b, BW (rov. 4.11). De door Vormenfabriek gevorderde kosten kunnen de dubbele redelijkheidstoets doorstaan (rov. 4.10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/077d84d5806133af355f17ff70ad89550b7f551c7a8a867b9ddffb57eef5ec8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 077d84d5806133af355f17ff70ad89550b7f551c7a8a867b9ddffb57eef5ec8b, en de alinea staat in dat document op bytes 11323 tot 12282.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/077d84d5806133af355f17ff70ad89550b7f551c7a8a867b9ddffb57eef5ec8b | shasum -a 256