Citaat | Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 48 Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1074.
De in dit citaat verdedigde opvatting, die kennelijk is geënt op HR 18 februari 1994, nr. 15246, NJ 1995, 607 betreffende de omvang van het verhaalsrecht van de werkgever onder de Verhaalswet Ongevallen Ambtenaren (hierna: VOA), is niet van beslissende betekenis voor de uitleg van art. 6:107a lid 2 BW. In de eerste plaats volgt uit het feit dat het op de VOA gebaseerde verhaalsrecht van de werkgever slechts recht geeft op verhaal van het door deze betaalde loon en niet tevens op de door hem gemaakte buitengerechtelijke kosten, nog niets over de - in latere rechtspraak van de Hoge Raad aanvaarde; zie hiervoor in 3.5 - overeenkomstige toepassing van art. 6:96 BW. In de tweede plaats wordt in het citaat in het algemeen gesproken over "buitengerechtelijke kosten" zonder dat onderscheid wordt gemaakt tussen de kosten zoals bedoeld onder de letters b en c van art. 6:96 lid 2 BW. Ook dit onderscheid is pas in latere rechtspraak van de Hoge Raad duidelijk gemaakt (HR 5 december 1997, nr. 16432, NJ 1998, 400).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/077d84d5806133af355f17ff70ad89550b7f551c7a8a867b9ddffb57eef5ec8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 077d84d5806133af355f17ff70ad89550b7f551c7a8a867b9ddffb57eef5ec8b, en de alinea staat in dat document op bytes 16901 tot 17931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/077d84d5806133af355f17ff70ad89550b7f551c7a8a867b9ddffb57eef5ec8b | shasum -a 256