Citaat | Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 49 Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1074.
3.9 Onderdeel 3 is gericht tegen rov. 4.11 waarin de rechtbank heeft overwogen dat het verweer van de Zwolsche dat zij nimmer in gebreke is gesteld, moet worden verworpen, aangezien het hier gaat om een vordering die niet is gebaseerd op artikel 6:96 lid 2 onder c, maar onder b BW. Volgens het onderdeel blijkt uit de gedingstukken dat Vormenfabriek ook vergoeding heeft gevorderd van de kosten bedoeld onder letter c van deze wetsbepaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/077d84d5806133af355f17ff70ad89550b7f551c7a8a867b9ddffb57eef5ec8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 077d84d5806133af355f17ff70ad89550b7f551c7a8a867b9ddffb57eef5ec8b, en de alinea staat in dat document op bytes 17970 tot 18424.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/077d84d5806133af355f17ff70ad89550b7f551c7a8a867b9ddffb57eef5ec8b | shasum -a 256