Citaat | Hoge Raad 31 augustus 2004

Alinea 26 Hoge Raad 31 augustus 2004

Een alinea uit Hoge Raad 31 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1213.

Op grond van het bepaalde in artikel 61, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering mag een verdachte - behoudens een in dit geval niet ter zake doende uitzondering - in geen geval langer dan zes uren voor het verhoor worden opgehouden. Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 24 mei 1988, NJ 1988, 918 vangt de termijn van zes uren aan op het moment van aankomst van verdachte op de plaats van verhoor. Nu verdachte binnen de termijn van zes uren na aankomst op het politiebureau te Goirle, zijnde de plaats van verhoor, weer is heengezonden, mist het verweer feitelijke grondslag. Bovendien is niet gebleken dat het overbrengen van verdachte naar de plaats van verhoor onredelijk lang heeft geduurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/15c565a231e74dc561dffab3bce6ff5c49f3387c83bfd4458a5cadd41f517f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 15c565a231e74dc561dffab3bce6ff5c49f3387c83bfd4458a5cadd41f517f49, en de alinea staat in dat document op bytes 8653 tot 9372.