Citaat | Hoge Raad 31 augustus 2004

Alinea 32 Hoge Raad 31 augustus 2004

Een alinea uit Hoge Raad 31 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1213.

4.4. De enkele ten verwere aangevoerde omstandigheid dat de verdachte een kwartier langer dan de in art. 61, eerste lid, Sv gestelde termijn van zes uren is opgehouden voor verhoor, kan niet tot het oordeel leiden dat aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Het Hof heeft het verweer daarom terecht verworpen, zodat de in het middel vervatte klachten, die zich richten tegen hetgeen het Hof ter motivering van die verwerping heeft overwogen, geen bespreking behoeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/15c565a231e74dc561dffab3bce6ff5c49f3387c83bfd4458a5cadd41f517f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 15c565a231e74dc561dffab3bce6ff5c49f3387c83bfd4458a5cadd41f517f49, en de alinea staat in dat document op bytes 10440 tot 10954.