Citaat | Hoge Raad 11 juni 2004
Alinea 33 Hoge Raad 11 juni 2004
Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1318.
3.3 De wet schrijft niet voor hoe aangetoond moet worden dat een persoon de verwekker is van een kind dan wel als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking tot gevolg kan hebben gehad. Uit de parlementaire geschiedenis inzake het afstammingsrecht (Kamerstukken II 1996/97, 24 649 en 25 189, nr. 35, blz. 31) volgt dat de rechter ambtshalve bewijs kan verlangen en ambtshalve een deskundigenbericht kan gelasten. De wetsgeschiedenis biedt echter geen aanknopingspunt voor de stelling dat het hof ambtshalve een DNA-onderzoek had moeten bevelen of dat een dergelijk onderzoek ingevolge een verzwaarde stelplicht of een bijzondere bewijsregel had moeten plaatsvinden. Onderdelen a en c I treffen derhalve geen doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afb16481cf98a9d5d590a3317e170936a1a636c029a6ae0dac7f602f46d65aa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afb16481cf98a9d5d590a3317e170936a1a636c029a6ae0dac7f602f46d65aa9, en de alinea staat in dat document op bytes 8760 tot 9516.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/afb16481cf98a9d5d590a3317e170936a1a636c029a6ae0dac7f602f46d65aa9 | shasum -a 256