Citaat | Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 30 Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1349.

Bij eindvonnis van 6 juli 2001 heeft de rechtbank [eiser] veroordeeld aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 14.611,24, vermeerderd met de wettelijke rente als in het dictum aangegeven, een en ander onder aftrek van het door [eiser] op 12 maart 2001 aan [verweerder] betaalde bedrag van ƒ 16.609,98. Voorts heeft de rechtbank [eiser] veroordeeld aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 500,--, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 7 mei 1998, [eiser] veroordeeld in de kosten van de procedure na tussenvonnis van 1 september 2000, zoals vermeld in het dictum van dit vonnis, en het meer of anders gevorderde afgewezen. Tenslotte heeft de rechtbank [verweerder] veroordeeld in de proceskosten tot aan het tussenvonnis van 1 september 2000, die van het voorlopig getuigenverhoor daaronder begrepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02c03b97e2ec350271a1cf7aa1c3e981900baf79a2ef499d966ddf62cbf0a0f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02c03b97e2ec350271a1cf7aa1c3e981900baf79a2ef499d966ddf62cbf0a0f2, en de alinea staat in dat document op bytes 8157 tot 8994.