Citaat | Hoge Raad 11 juni 2004
Alinea 54 Hoge Raad 11 juni 2004
Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1349.
3.1.3 De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 1 september 2000 overwogen dat de in 3.1.2 bedoelde vordering van [verweerder] afgewezen diende te worden omdat zij het naar haar oordeel op hem rustende bewijs van de gestelde overeenkomst met de in het voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen niet geleverd achtte, en de vordering in haar eindvonnis afgewezen. [Verweerder] werd daarbij veroordeeld in de kosten van de procedure tot aan het tussenvonnis van 1 september 2000, die van het voorlopig getuigenverhoor daaronder begrepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02c03b97e2ec350271a1cf7aa1c3e981900baf79a2ef499d966ddf62cbf0a0f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02c03b97e2ec350271a1cf7aa1c3e981900baf79a2ef499d966ddf62cbf0a0f2, en de alinea staat in dat document op bytes 13757 tot 14309.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02c03b97e2ec350271a1cf7aa1c3e981900baf79a2ef499d966ddf62cbf0a0f2 | shasum -a 256