Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 39 Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1359.
3.2 Het gaat in deze zaak om de vraag of de Ontvanger de hem bij rechterlijk vonnis opgelegde verplichting tot (terug)betaling van het vermelde bedrag van ƒ 149.120,55 mag verrekenen met de ten name van [verweerder] openstaande belastingschuld. De president heeft geoordeeld dat dit de Ontvanger niet is toegestaan. De president heeft vooropgesteld dat verrekening op basis van de civielrechtelijke bepalingen (art. 6:127 - 6:141 BW) niet mogelijk is vanwege het bepaalde in art. 24 lid 1 Iw 1990. Verrekening op basis van het tweede lid van art. 24 Iw 1990 is hier volgens de president niet mogelijk omdat de in het vonnis van 29 april 1999 aan de Ontvanger opgelegde verplichting tot betaling niet voortvloeit uit enige belastingwet; art. 24 lid 2 Iw 1990 geeft de Ontvanger uitsluitend de bevoegdheid om rijksbelastingen en andere belastingen en heffingen met elkaar te verrekenen. Het hof heeft de hiertegen gerichte grieven van de Ontvanger verworpen en het vonnis van de president bekrachtigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60628e52f98aaffb4f18559ee2cd03feb2c885ac46a4b0f3c7e735b6367fe569. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60628e52f98aaffb4f18559ee2cd03feb2c885ac46a4b0f3c7e735b6367fe569, en de alinea staat in dat document op bytes 10491 tot 11504.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60628e52f98aaffb4f18559ee2cd03feb2c885ac46a4b0f3c7e735b6367fe569 | shasum -a 256