Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 45 Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1359.

3.5 De in de onderdelen 3-5 bepleite opvatting, die erop neerkomt dat in art. 24 lid 2 Iw 1990 onder "aan hem uit te betalen [...] bedragen ter zake van de in het eerste lid bedoelde rijksbelastingen en andere belastingen en heffingen" ook vorderingen van de belastingschuldige op de ontvanger vallen die in meer of mindere mate verband houden met de belastingheffing, kan derhalve niet als juist worden aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60628e52f98aaffb4f18559ee2cd03feb2c885ac46a4b0f3c7e735b6367fe569. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60628e52f98aaffb4f18559ee2cd03feb2c885ac46a4b0f3c7e735b6367fe569, en de alinea staat in dat document op bytes 19304 tot 19730.