Citaat | Hoge Raad 11 juni 2004
Alinea 21 Hoge Raad 11 juni 2004
Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1368.
3.3. De klacht slaagt. Bij zijn voormelde oordeel is het Hof kennelijk en terecht ervan uitgegaan dat artikel 6:11 Awb ziet op gevallen waarin de belanghebbende redelijkerwijs niet in staat was tegen een besluit tijdig een rechtsmiddel aan te wenden. Anders dan het Hof heeft geoordeeld, doet zich hier zodanig geval evenwel niet voor. De stukken van het geding laten immers geen andere gevolgtrekking toe dan dat belanghebbende wel in staat was om binnen de wettelijke bezwaartermijn tegen de waardebeschikking bezwaar te maken, maar dat niet heeft gedaan omdat zij daartoe (binnen de bezwaartermijn) geen reden had. Een nadien opgekomen reden kan niet bewerkstelligen dat een inmiddels plaatsgehad hebbende niet-verschoonbare termijnoverschrijding alsnog verschoonbaar wordt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e000cbd310d6ae945de1bf6d8393e4872ada4a29f23f664ac4f843e6c9d37690. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e000cbd310d6ae945de1bf6d8393e4872ada4a29f23f664ac4f843e6c9d37690, en de alinea staat in dat document op bytes 8541 tot 9332.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e000cbd310d6ae945de1bf6d8393e4872ada4a29f23f664ac4f843e6c9d37690 | shasum -a 256