Citaat | Hoge Raad 11 juni 2004
Alinea 14 Hoge Raad 11 juni 2004
Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1370.
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 45, lid 4, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (tekst 1999; hierna: de Wet) kunnen renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, als persoonlijke verplichting in aftrek worden gebracht tot een gezamenlijk bedrag van ten hoogste ƒ 5202. Ten aanzien van de belastingplichtige aan wie de in artikel 5, lid 1, van de Wet bedoelde bestanddelen van het inkomen van zijn echtgenoot worden toegerekend, wordt dat bedrag verhoogd tot ƒ 10.404.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d559dd6618ffd62bae6d962c05f7b0a24e8d48b226d38770b1230ee48e8ccab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d559dd6618ffd62bae6d962c05f7b0a24e8d48b226d38770b1230ee48e8ccab7, en de alinea staat in dat document op bytes 5629 tot 6142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d559dd6618ffd62bae6d962c05f7b0a24e8d48b226d38770b1230ee48e8ccab7 | shasum -a 256