Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 40 Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1431.

3.2 Aan haar hiervoor onder 1 vermelde vordering heeft [eiseres] ten grondslag gelegd dat voor verrekening op grond van art. 24 lid 2, tweede volzin, (oud) Iw 1990 alleen plaats is wanneer de betrokken vennootschappen op het moment van verrekening beide deel uitmaken van de desbetreffende fiscale eenheid. De rechtbank heeft dit standpunt verworpen en geoordeeld dat verrekening ook nog mogelijk is na verbreking van de fiscale eenheid mits de teruggaaf en de schuld beide in materiële zin zijn ontstaan in een tijdvak dat de betrokken vennootschappen deel uitmaakten van de fiscale eenheid. Zij heeft [eiseres] veroordeeld in de proceskosten en is daarbij voor de vaststelling van het griffierecht uitgegaan van het volgens haar € 147.701,83 (ƒ 325.492,--) belopende "werkelijke belang" van het geschil.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c38d4d6f9cdbb5fe4acaddd9e050282198bb31db058f9baae8bacf527334035a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c38d4d6f9cdbb5fe4acaddd9e050282198bb31db058f9baae8bacf527334035a, en de alinea staat in dat document op bytes 9716 tot 10538.