Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 48 Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1431.

3.4 De onderdelen 2.1 en 2.2, die gericht zijn tegen het oordeel van de rechtbank dat het griffierecht dient te worden berekend als ware het belang van de door [eiseres] ingestelde vordering ƒ 325.492,-- (€ 147.702,83) in plaats van ƒ 13.552,-- (€ 6.149,63), zijn gegrond. De regeling van het vastrecht is erop gericht dit recht, wat de hoogte betreft, te relateren aan het financiële belang van de zaak, voor zover dat belang tot uitdrukking komt in een tot betaling van een bepaalde geldsom strekkende vordering. De wet biedt geen ruimte voor een andere dan een formele uitleg van de vordering, zodat het niet is toegestaan bij de bepaling van het vastrecht door de vordering heen te kijken (vgl. HR 27 september 2002, R 01/135, NJ 2002, 533).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c38d4d6f9cdbb5fe4acaddd9e050282198bb31db058f9baae8bacf527334035a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c38d4d6f9cdbb5fe4acaddd9e050282198bb31db058f9baae8bacf527334035a, en de alinea staat in dat document op bytes 15451 tot 16216.