Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2004
Alinea 54 Hoge Raad 22 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1435.
3.2 In dit geding vordert de bank, zich daartoe baserend op de kredietovereenkomst van 10 juli 1991 en meer in het bijzonder het daarin opgenomen hoofdelijkheidsbeding, dat [eiseres] c.s. worden veroordeeld tot voldoening aan haar van de beide in 3.1 onder (iv) genoemde bedragen. Bij inleidende dagvaarding heeft de bank daartoe gesteld dat zij uit eigen hoofde procedeerde wat betreft het bedrag van ƒ 8.901,22 en dat zij optrad namens de Staat ter zake van de post van ƒ 61.750,04.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9, en de alinea staat in dat document op bytes 12954 tot 13453.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9 | shasum -a 256