Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 56 Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1435.

Bij vonnis van 16 december 1998, in de aanhef waarvan de bank - zonder enige nadere aanduiding omtrent de kwaliteit waarin zij ten processe optrad - als eiseres/verweerster werd aangeduid, heeft de rechtbank [eiseres] c.s. tot bewijs toegelaten. Bij eindvonnis van 14 februari 2001 heeft de rechtbank, wederom zonder enige nadere aanduiding omtrent de processuele hoedanigheid van de bank, in conventie de vordering van de bank afgewezen en in reconventie de tussen partijen gesloten kredietovereenkomst vernietigd en de bank tot schadevergoeding veroordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9, en de alinea staat in dat document op bytes 13720 tot 14292.