Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2004
Alinea 63 Hoge Raad 22 oktober 2004
Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1435.
5.3 Voorzover [eiseres] c.s. bedoelen te betogen dat de bank in de appèldagvaarding had moeten aangeven dat zij ook in hoger beroep mede als gemachtigde van de Staat optreedt, geldt dat geen rechtsregel haar daartoe verplicht. Daar komt bij dat, voorzover al door het ontbreken van genoemde toevoeging in de appèldagvaarding bij [eiseres] c.s. de illusie zou zijn gewekt dat de bank het appèl wenste te beperken tot hetgeen zij uit eigen hoofde vorderde, deze illusie reeds bij memorie van grieven is verstoord. Genoemde memorie maakt immers in de aanhef melding van de omstandigheid dat de bank ook in appèl mede optreedt namens de Staat."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9, en de alinea staat in dat document op bytes 16295 tot 16952.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9 | shasum -a 256