Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 66 Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1435.

(a) De overweging van het hof in rov. 5.2, "dat de bank naast haar eigen vordering ook een vordering heeft ingesteld in haar hoedanigheid van gemachtigde van de Staat", moet aldus worden verstaan dat de bank in zoverre als onmiddellijk vertegenwoordiger van de Staat - en tevens als formele procespartij - optrad. Deze overweging is in cassatie niet bestreden en dient dus mede tot uitgangspunt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9, en de alinea staat in dat document op bytes 17281 tot 17689.