Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 79 Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1435.

3.8 Onderdeel 6 is gericht tegen 's hofs oordeel in rov. 5.3, dat "voorzover al door het ontbreken van genoemde toevoeging in de appeldagvaarding bij [eiseres] c.s. de illusie zou zijn gewekt dat de bank het appel wenste te beperken tot hetgeen zij uit eigen hoofde vorderde, deze illusie reeds bij memorie van grieven is verstoord".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bbfdc44f81e809dc5772378c79288b90eb901cdcefaf842783a57c105574ed9, en de alinea staat in dat document op bytes 21821 tot 22167.