Citaat | Hoge Raad 5 november 2004
Alinea 41 Hoge Raad 5 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 5 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1463.
3.3 Onderdeel 1.a verwijt het hof niet duidelijk te hebben gemaakt waarin het gevaar van een naar buiten draaiende deur in de vastgestelde situatie schuilt, en schetst daartoe twee gedachtegangen die het hof aan zijn rov. 8 ten grondslag zou kunnen hebben gelegd. Het hof zou, aldus het onderdeel, het gevaar hierin kunnen hebben gezocht dat iemand die in de gang loopt en wel rekening houdt met het openzwaaien van een deur van normale breedte, geen rekening ermee behoeft te houden dat hij in het onderhavige geval om de brede deur bij het openzwaaien daarvan te ontwijken, moet afwijken van de als normaal aangemerkte looproute door het midden van de gang. Het hof zou evenwel ook kunnen hebben beoogd tot uitdrukking te brengen dat, zonder de gewoonlijk gevolgde looproute door de gang in de beoordeling te betrekken, een zo aanmerkelijke kans bestaat door de openzwaaiende deur te worden getroffen dat een gevaarlijke situatie bestaat. Het onderdeel, dat strekt ten betoge dat het hof zijn oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd door niet te kiezen uit de beide als mogelijk veronderstelde redeneringen, is tevergeefs voorgesteld. Het hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat naarmate door het openzwaaien van de deur de doorgang ter plaatse kleiner wordt, een groter gevaar bestaat bij het passeren door de openzwaaiende deur te worden getroffen, zodat het hier in wezen om twee aspecten gaat die onverbrekelijk met elkaar samenhangen. Door te oordelen dat bij de vastgestelde breedte van de gang (1,97 m) en van de deur (1,17 m) sprake is van een gevaarlijke situatie, heeft het hof niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Dit oordeel is voor het overige zozeer verweven met waarderingen van feitelijke aard dat het in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst. Het is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Dit een en ander brengt mee dat ook de onderdelen 1.b en 1.c, die betogen dat in elk van de beide door onderdeel 1.a onderscheiden lezingen het oordeel van het hof dat sprake is van een gevaarlijke situatie onjuist respectievelijk onbegrijpelijk is, geen doel treffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40e55d6e1dbc12d91b030462a42fa1955722c1b1250e12834f079ad461ad1cc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40e55d6e1dbc12d91b030462a42fa1955722c1b1250e12834f079ad461ad1cc7, en de alinea staat in dat document op bytes 9844 tot 12004.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40e55d6e1dbc12d91b030462a42fa1955722c1b1250e12834f079ad461ad1cc7 | shasum -a 256