Citaat | Hoge Raad 5 november 2004

Alinea 45 Hoge Raad 5 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 5 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1463.

3.6 Overeenkomstig hetgeen het in rov. 1 van zijn arrest heeft overwogen, is het hof uitgegaan van de door de kantonrechter vastgestelde feiten, waaronder dat de deur voorzien was van een dranger. Anders dan onderdeel 1.g betoogt, heeft het hof de stelling van De Lozerhof dat zij door het aanbrengen van een deugdelijke dranger aan haar verplichting heeft voldaan een maatregel te treffen om zo veel mogelijk te voorkomen dat een werknemer schade zou lijden, niet uit het oog verloren, maar heeft het die stelling verworpen. Enerzijds vloeit immers uit de overwegingen van het hof voort dat de deur ondanks de aanwezigheid van de dranger zo onverhoeds kon openzwaaien dat [verweerster] erdoor werd getroffen en anderzijds heeft het hof als voorbeeld van een maatregel waardoor De Lozerhof het gevaar (wèl) had kunnen voorkomen, genoemd het vervangen van de deur door een schuifdeur. Onderdeel 1.g faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40e55d6e1dbc12d91b030462a42fa1955722c1b1250e12834f079ad461ad1cc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40e55d6e1dbc12d91b030462a42fa1955722c1b1250e12834f079ad461ad1cc7, en de alinea staat in dat document op bytes 13526 tot 14453.