Citaat | Hoge Raad 9 november 2004

Alinea 26 Hoge Raad 9 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1493.

Toen [verdachte] zich in de ochtend van 5 februari 1997 begaf naar het verzorgingstehuis De Open Hof, waar zijn patiënte [het slachtoffer] was opgenomen, werd hij overvallen door de situatie dat zij nog in leven was, terwijl hij had verwacht dat zij gedurende de nacht zou zijn overleden. Hij raakte ongewild en onvoorbereid verzeild in een situatie waarop hij niet heeft kunnen anticiperen. Hij kwam, zijn patiënte op sterven na dood aantreffend in een erbarmelijke ontluisterende situatie en vrezende dat zij zou "wegrotten" en niet meer waardig zou kunnen sterven in aanwezigheid van haar kinderen, in een situatie van acute en concrete nood, waaruit het belangenconflict voortvloeide waaraan hij een einde moest maken. Hij zag geen alternatieven en had slechts een zeer korte tijd om een afweging te maken, waarbij hij onder zware psychische druk stond die zijn manoeuvreerruimte beperkte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0d3e15b1a7e600f216c42f84de4c4f3a484bae75d55ae9d17fcfd40aaa54d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0d3e15b1a7e600f216c42f84de4c4f3a484bae75d55ae9d17fcfd40aaa54d2, en de alinea staat in dat document op bytes 9655 tot 10563.