Citaat | Hoge Raad 9 november 2004
Alinea 46 Hoge Raad 9 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1493.
Op 4 februari 1997 is [verdachte] bij [het slachtoffer] teruggeweest. Toen bleek dat zij geen valium toegediend had gekregen. Dit bevreemdde hem, daar dit niet in overeenstemming was met de eerder ook door de dochters aangegeven onrust. Om haar rustig te laten slapen, heeft [verdachte] [het slachtoffer] toen vier ampullen fenobarbital à 100 mg toegediend. Hij liet nog eens vier ampullen van dit middel achter en sprak met de zorgmanager af dat hij deze 's avonds zou toedienen. [Verdachte] wilde hiermee haar onrust wegnemen en haar rustig laten slapen, maar hij verwachtte wel dat zij na de toediening van deze tweede dosis zou komen te overlijden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0d3e15b1a7e600f216c42f84de4c4f3a484bae75d55ae9d17fcfd40aaa54d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0d3e15b1a7e600f216c42f84de4c4f3a484bae75d55ae9d17fcfd40aaa54d2, en de alinea staat in dat document op bytes 16550 tot 17216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc0d3e15b1a7e600f216c42f84de4c4f3a484bae75d55ae9d17fcfd40aaa54d2 | shasum -a 256