Citaat | Hoge Raad 9 november 2004

Alinea 57 Hoge Raad 9 november 2004

Een alinea uit Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1493.

[Verdachte] heeft blijk gegeven zich bewust te zijn geweest van bestaande alternatieven. Aan de beide dochters van [het slachtoffer] heeft hij de mogelijkheid aangegeven haar nogmaals een fenobarbitalinjectie te geven en vervolgens later die dag terug te komen (het hof begrijpt: zodra zij zou zijn overleden). Zelf heeft [verdachte] nog overwogen om haar te laten verschonen, in verband waarmee hij (naar zijn zeggen) 80 mg morfine had ingespoten. Hij heeft daar echter toch van afgezien omdat hij de kans groot achtte dat zij tijdens verzorging zou komen te overlijden, hetgeen hij ethisch minder verantwoord vond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0d3e15b1a7e600f216c42f84de4c4f3a484bae75d55ae9d17fcfd40aaa54d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0d3e15b1a7e600f216c42f84de4c4f3a484bae75d55ae9d17fcfd40aaa54d2, en de alinea staat in dat document op bytes 22245 tot 22874.