Citaat | Hoge Raad 9 november 2004
Alinea 63 Hoge Raad 9 november 2004
Een alinea uit Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1493.
Het hof onderschrijft de stelling van [verdachte] dat hij de enige persoon is die verantwoording draagt voor de beslissing het leven van [het slachtoffer] te beëindigen. Desondanks is het hof van oordeel dat hij voor het zorgvuldig afwegen van die beslissing meer acht had kunnen slaan op het standpunt en het inzicht van andere personen die zich in de directe omgeving van [het slachtoffer] bevonden. Zo had het voor de hand gelegen dat [verdachte] op 5 februari 1997 de terugkomst van de zorgmanager van De Open Hof had afgewacht om de ontstane situatie met hem te bespreken alvorens tot levensbeëindiging over te gaan. [Verdachte] had deze zorgmanager immers betrokken bij de toediening van pijnstillende en sederende medicatie en hem de dag tevoren gevraagd patiënte nogmaals een fenobarbitalinjectie te geven in de verwachting dat zij mede daardoor gedurende de nacht zou komen te overlijden. Bovendien had deze zorgmanager, zoals [verdachte] wist, het besluit genomen patiënte niet meer te laten verschonen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0d3e15b1a7e600f216c42f84de4c4f3a484bae75d55ae9d17fcfd40aaa54d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0d3e15b1a7e600f216c42f84de4c4f3a484bae75d55ae9d17fcfd40aaa54d2, en de alinea staat in dat document op bytes 24231 tot 25261.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc0d3e15b1a7e600f216c42f84de4c4f3a484bae75d55ae9d17fcfd40aaa54d2 | shasum -a 256