Citaat | Hoge Raad 14 september 2004
Alinea 28 Hoge Raad 14 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 14 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1513.
3.3. Op het aldus in hoger beroep gedane beroep op overschrijding van de redelijke termijn van berechting heeft het Hof verzuimd te beslissen. Voorzover het middel daarover klaagt is het terecht voorgesteld. Dat behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden omdat het Hof het desbetreffende verweer slechts had kunnen verwerpen. Dat verweer stoelt immers kennelijk op de opvatting dat de aan een berechting als de onderhavige te stellen eisen in verband met de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM meebrengen dat de behandeling van de zaak in hoger beroep dient plaats te vinden binnen twee jaren na de behandeling in eerste aanleg. Die opvatting is onjuist, omdat te dezen slechts relevant is de termijn tussen de dag van het instellen van het hoger beroep en de dag van de einduitspraak (vgl. HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721 en HR 9 januari 2001, NJ 2001, 307)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c6e09a91f36ba93b7d9c1f98aa74ade81e78d1fe6e12be85d4f224e5cbde2e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c6e09a91f36ba93b7d9c1f98aa74ade81e78d1fe6e12be85d4f224e5cbde2e4, en de alinea staat in dat document op bytes 8416 tot 9310.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c6e09a91f36ba93b7d9c1f98aa74ade81e78d1fe6e12be85d4f224e5cbde2e4 | shasum -a 256