Citaat | Hoge Raad 7 september 2004
Alinea 30 Hoge Raad 7 september 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1534.
3.4.2. Aangenomen moet worden dat Nederland, als door het EVRM en het IVBPR gebonden Staat, het resultaat van bilaterale onderhandelingen die hebben geleid tot het hier toepasselijke Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika heeft kunnen afstemmen op de aard en mate waarin de in de eerste twee genoemde verdragen neergelegde fundamentele rechtsbeginselen worden erkend in de Verenigde Staten van Amerika, terwijl sedertdien die verdragsrelatie is gecontinueerd. Daarom is uitgangspunt dat bij de beoordeling van een uitleveringsverzoek dat is gebaseerd op het genoemde uitleveringsverdrag in beginsel moet worden uitgegaan van het vertrouwen dat de verzoekende Staat bij de vervolging en bestraffing van de opgeëiste persoon de daarop betrekking hebbende fundamentele rechten welke zijn neergelegd in het eerdergenoemde EVRM en IVBPR zal respecteren (vgl.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1005a22f9d2ecc06cf244d5bfa27eebd6ddc5270947f09ec9e4e17294a306a3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1005a22f9d2ecc06cf244d5bfa27eebd6ddc5270947f09ec9e4e17294a306a3c, en de alinea staat in dat document op bytes 11313 tot 12235.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1005a22f9d2ecc06cf244d5bfa27eebd6ddc5270947f09ec9e4e17294a306a3c | shasum -a 256