Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 42 Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1665.

3.4 Onderdeel 1 houdt de klacht in dat het hof heeft verzuimd een beslissing te geven op het verweer van Buderus dat zij zich kan beroepen op de verweermiddelen van GTI, waaronder het beroep op het in art. 70 van de ALIB vervatte verjaringsbeding. In dit verband heeft Buderus gesteld dat de opdracht van de Gemeente aan GTI ertoe strekt een ketel van Buderus te installeren en dat de toepasselijke voorwaarden betrekking hebben op alle tussen installateur en opdrachtgever gesloten overeenkomsten, waarbij Buderus' werkzaamheden onderdeel uitmaakten van de door de installateur gesloten overeenkomst. Het onderdeel wijst erop dat het hof, ook indien het van oordeel was dat GTI zich naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet op het verjaringsbeding kan beroepen, had moeten nagaan of Zürich deze omstandigheid ook aan Buderus kon tegenwerpen. Deze klacht is in zoverre gegrond, dat het hof op dit verweer niet een gemotiveerde beslissing heeft gegeven. De overige klachten van het onderdeel, die zakelijk overeenstemmen met de in het arrest van de Hoge Raad van heden in de zaak tussen GTI en Zürich, nr. C03/105, gegrond bevonden klachten, behoeven in dit stadium geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e006f19f37442e43e3582ba96488ecc6b7ce97bcdd2bb548f82ca7a8553f3908. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e006f19f37442e43e3582ba96488ecc6b7ce97bcdd2bb548f82ca7a8553f3908, en de alinea staat in dat document op bytes 14005 tot 15214.