Citaat | Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 42 Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1668.

3.1.2 Dierenartsassistenten waren tot 1 juni 1994 op grond van de artikelen 9 lid 2, onder b, en 10 van het Besluit paraveterinairen bevoegd om, zij het slechts op aanwijzing en onder controle van een dierenarts, injecties te geven andere dan die voor een algemene of plaatselijke verdoving. Bij Besluit van 25 maart 1994, Stb. 279, in werking getreden op 1 juni 1994 (verder: het Wijzigingsbesluit), is artikel 9 lid 2, onder b, van het Besluit paraveterinairen gewijzigd in die zin dat de bevoegdheid van dierenartsassistenten in zoverre beperkt is, dat zij geen injecties meer mogen geven met diergeneesmiddelen als bedoeld in artikel 30 lid 4 van de Diergeneesmiddelenwet (verder: Dgw). Dit zijn diergeneesmiddelen die in het kader van de zogenoemde kanalisatie van diergeneesmiddelen (hoofdstuk IV Dgw) door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (verder: de minister) zijn aangewezen als middelen die niet mogen worden afgeleverd aan apothekers en die ook niet door een dierenarts of door een apotheker op recept van een dierenarts mogen worden afgeleverd aan de houder van de dieren waarvoor die diergeneesmiddelen zijn bestemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49cbb2b1b7fbba3992a89784febd0a695ee3d3cc9f2d5049fa7ffaba0614b56e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49cbb2b1b7fbba3992a89784febd0a695ee3d3cc9f2d5049fa7ffaba0614b56e, en de alinea staat in dat document op bytes 10191 tot 11351.